EMUSNOC¡

wetenschap

Kenniselite

19-05-2025 Harmen Zijp

In het boek Anaximander beschrijft de natuurkundige Carlo Rovelli een revolutie in het denken die plaatsvond in Milete tussen 800 en 600 BC.

De uitvinding van het Griekse alfabet had voor het eerst een makkelijke verbinding gelegd tussen geschreven en gesproken taal. 24 letters die coderen voor klinkers en medeklinkers zorgden ervoor dat je een woord kon opschrijven zoals je het uitsprak en omgekeerd. Steeds meer mensen leerden lezen en schrijven. En wat lang het exclusieve domein was van schriftgeleerden die de heilige teksten en boekhoudingen beheerden werd langzaam een publiek domein van toegankelijke teksten.

Het was één van de factoren die leidden tot een vrijheid van denken waarin de eerste wetenschappelijke theoriën geboren werden. Er kwamen natuurlijke verklaringen voor hoe de wereld in elkaar steekt. En het was niet langer verboden om het met je leermeester oneens te zijn. Er ontstond een praktijk om van hen te leren alvorens ze te verbeteren. En zo, tot een publieke arena van kennis en debat die ook, iets later en even verderop in Athene, de geboorte van de democratie mogelijk maakte.

Rovelli legt een direct verband tussen de wetenschappelijke methode, publieke kennis en democratie. Onwillekeurig moest ik er aan denken toen ik mocht aanschuiven bij een NWO-bijeenkomst over nieuwe financieringstrajecten voor citizen science.

De gesprekken daarover gaan al ruim 10 jaar volgens een vast patroon. Alle aanwezigen zijn enthousiast over het "democratiseren van de wetenschap". Dan volgt een semantische discussie.

De één bedoelt met citizen science dat de wetenschappers "gewone mensen" bestuderen, en zo kennis uit de samenleving ophalen. De ander ziet potentie in burgers als datapunten, als een schat aan informatie die je kunt ontginnen. Dan is er "participatief onderzoek" waarbij burgers, al dan niet gewapend met een sensor, data mogen verzamelen voor een wetenschapper. En dan zijn er een paar vertegenwoordigers van autonome meetinitiatieven. Mensen die intrinsiek gemotiveerd een kennisvraag proberen te beantwoorden buiten de gevestigde instituten, vaak met zelfgebouwde meetinstumenten. Bijvoorbeeld over luchtkwaliteit in de straat.

De dag is inmiddels half voorbij en het is duidelijk dat van samenwerking niet veel kan komen omdat de belangen wezenlijk verschillen. Diegenen die betaald worden om naar deze bijeenkomst te komen zoeken geld om PhD-posities te kunnen vullen. De mensen die een dag vrij van werk moesten nemen (deze bijeenkomsten zijn zonder uitzondering tijdens kantooruren) zoeken een bescheiden budget om sensoren te kunnen inkopen. En misschien contact met een wetenschapper die hen wil helpen in plaats van inzetten voor eigen onderzoek.

Op dit moment zou het beter zijn om de bijeenkomst af te sluiten en beter gedefinieerd vervolg te gaan plannen. Maar dat is buiten de ingehuurde consultant gerekend. Deze heeft een tas vol canvassen en sticky notes meegenomen en de dag is niet voorbij voordat de sticky notes op de canvassen terecht zijn gekomen.

In dit geval zorgde de rigide werkvorm ervoor dat een elegant en eenvoudig plan voor microfincanciering van kleinschalige meetinitiatieven in een mum van tijd werd volgehangen met aanvullende eisen, evaluatietrajecten, doelgroepenanalyses en wat niet meer. De werkvorm stuurde zo aan op het ontwerpen van een ingewikkelde regeling waarvoor je gestudeerd moet hebben om 'm te kunnen lezen. Toen de eis op tafel kwam dat bij elke aanvraag toch ook een "echte wetenschapper" betrokken moest worden werd duidelijk dat de regeling niet alleen ingewikkeld maar ook duur zou gaan worden.

Op een of andere manier zit er ook altijd een net gepromoveerde onderzoeker bij die omstandig wil uitleggen dat gewone burgers geen kwaliteit kunnen leveren, dat wetenschap aan professionals moeten worden overgelaten en dat zo'n opleiding toch echt heel lang duurt.

Ooit leerde ik dat de wetenschappelijke methode is wat de daarmee verzamelde kennis onderscheidt van meningen, openbaring en traditie. Maar hier werd wetenschap teruggebracht tot datgene wat wordt gedaan door iemand met een bul.

Geen moment van introspectie over het gegeven dat wetenschap sowieso een inefficient bedrijf is, vol mislukte experimenten en toevallige vondsten. Geen spoor van nieuwsgierigheid naar wat er uit zou kunnen komen wanneer niet alleen de eindresultaten als open access met iedereen worden gedeeld, maar ook de vraagstelling aan het begin van iedereen kan komen.

Wat overblijft zijn gelegenheidsargumenten om een diep wantrouwen tegen amateurwetenschappers te verhullen, en een beroep op mogelijke juridische bezwaren.

En zo lijkt de hedendaagse wetenschap precies díe structuren te bouwen die de revolutie in het denken waaruit zij ooit voortkwam probeerde af te breken.

Kennis wordt afgeschermd met ingewikkeld taalgebruik en hoge betaalmuren. De hogepriesters van deze geheime kennis bewaken de toegang tot hun eigen kaste met lange leertrajecten en kostbare inwijdingsrituelen.

Maar wie zich zorgen maakt over het groeiende wantrouwen jegens de wetenschap dient zich te realiseren dat vertrouwen krijgen begint met vertrouwen geven.